En un balneario de Spa, dos mujeres están a punto de recuperar su pasado. Dos hermanas separadas por el destino y por una guerra que asoló Europa al tiempo que devastaba de cuajo su infancia. Dos vidas en bandos enemigos. Y ahora, en un encuentro insólito, el tiempo de la expiación.
Gerlof de Windt hat nicht mehr lange zu leben. Sein 80. Geburtstag soll noch einmal im Kreis seiner vier Kinder gefeiert werden. Doch unter der Oberfläche sorgfältig arrangierter Harmonie schwelen Konflikte, deren Auslöser oft viele Jahre zurückliegen. Edwin, der Älteste, hat es als Manager zu etwas gebracht, aber Frau und Tochter vernachlässigt; Floor, seine Frau, ist depressiv und unzufrieden; Hilde, de Windts einzige Tochter, hat ihr Leben ganz ihrem Beruf als Psychotherapeutin verschrieben; Frank, der jüngste Sohn, ist Modefotograf und reist ruhelos um die Welt. Überraschungsgast ist Bardo, der „verlorene Sohn“. Er verließ die Familie vor Jahren nach einer tragischen Liebesaffäre und lebt ein unkonventionelles, aber ausgefülltes Leben in Spanien. Das Zusammentreffen der Geschwister lässt alte Wunden aufbrechen. Im Streit um die künftige Versorgung des sterbenskranken Vaters lassen Gekränkte, Vernachlässigte und Enttäuschte ihren Gefühlen freien Lauf und zerreißen den mühsam gewahrten Schein familiärer Bindungen. Jenseits wohlfeiler Klischees gelingt es Tessa de Loo jene Kräfte sichtbar zu machen, die hinter der Fassade einer normalen Familie Menschen zu zerstören drohen. Menschen, die sich nach Liebe und Geborgenheit sehnen, aber den Weg dorthin nicht finden können. Hannoversche Allgemeine Zeitung
Jesse Deodaat is geestelijk leider van de leefgemeenschap Meander, gevestigd in een klein Zeeuws dorp. Sebastiaan Pieck, zelf een zoekende, raakt al snel in de greep van Jesses ideeën en charismatische uitstraling. Sebastiaan besluit in Meander te gaan wonen. Hij treft er een gevarieerde groep volgelingen aan: onder meer een doorgedraaide wiskundeleraar en diens vrouw, een gesjeesde student filosofie, een ex-antropoloog en een yogaleraar. En Jesses wellustige vrouw Maja, die, na de nodige spanningen, een tegenbeweging vormt...
Herfst 1965. Kata Rózsavölgyi, achttienjarige studente kunstgeschiedenis, brengt een nacht door in één bed met drie anderen in Amsterdam. Wat begint als een voorbode van de seksuele revolutie neemt een onverwachte wending wanneer Kata een schokkende ontdekking doet over de sombere zwijgzaamheid van haar vader.
Winter 1944. De Hongaars-joodse cellist Jenö Rózsavölgyi is ondergedoken bij zijn geliefde in Amsterdam, waar zij een wreed spel met hem speelt. Op de dag van de bevrijding verlaat hij haar in grote ontreddering.
Herfst 1956. Kata's oom Miksa ontsnapt dankzij de Hongaarse opstand en vult de leegte van haar vader's zwijgen met verhalen over hun Hongaarse voorouders. Ze voelt een sterke identificatie met haar grootmoeder, die haar doet denken aan haar eigen uiterlijk.
Herfst 1995. De geschiedenis begint en eindigt in een bed. Na de begrafenis van haar vader in Boedapest ligt Kata in bed met haar broer. Terwijl hij slaapt, reflecteert ze op het verleden en voelt ze dat alle lijnen in haar leven samenkomen. Dit roept de vraag op: worden onze levens bepaald door oorzaak en gevolg of door vrije wil? De roman verkent een dubbele onvervulde liefde, ondanks de verworven vrijheden in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Een beroemde filmster, die op klaarlichte dag in een bergachtige streek in Frankrijk verdwijnt, blijkt een slachtoffer van een machtsstrijd tussen vrouwen.
Saïd is de zoon van een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader, een virtuoze ud-speler die vluchtte voor het vaderschap en terugkeerde naar Marokko. Op 21-jarige leeftijd besluit Saïd zijn vader te gaan zoeken. Een jeugdvriend vergezelt hem tijdens de reis, die in de medina van Fès begint en hen steeds dieper Marokko in brengt. Onderweg proberen ze hun verwaterde vriendschap nieuw leven in te blazen, maar ze blijken allebei veranderd te zijn en de seksuele verwarring zorgt voor onderhuidse spanningen. De zoektocht voert Saïd steeds meer in de richting van ontgoocheling en in de armen van de islam, om uit te monden in een wanhoopsdaad die zijn weerga niet kent.
Alternate cover for ISBN 9029528958 De meisjes van de suikerwerkfabriek bevat zes wondermooie verhalen. In het titelverhaal stellen vier vrouwen, die in een treincoupé zitten en op weg zijn naar hun werk, zich teweer tegen een jong pedant conducteurtje. Hun verdediging slaat algauw om in een aanval waarbij hij de prooi wordt.
Toen Guido Maenhout geboren werd, was Barbara zo oud als hij nu was. Daarom deed ze net alsof ze nog sliep toen de matras naast haar opveerde. Ze hoorde hoe zijn benen in zijn broekspijpen gleden, zijn voeten in zijn schoenen, zijn vingers door zijn haar - al die ingehouden, heimelijke geluiden sneden door haar ziel. Ze had het gevoeld dat de adertjes in haar hoofd knapten terwijl ze zich inspande om ontspannen te lijken: lippen iets van elkaar, gladde roerloze oogleden, handen onbevangen geopend aan weerszijden van haar gezicht. Hij liep op zijn tenen over het tapijt, draaide zich met de deurknop in de hand om. Een tragische liefde op een middelbare school tussen een lerares en een leerling. Bespot, verraden en in de steek gelaten is het uieindelijk de vrouw die moet boeten.
Die Mädchen von der Süßwarenfabrik bilden eine solidarische Clique, die trotz individueller Sorgen zusammenhält. Ein unvorsichtiger Schaffner erlebt die geballte Weiblichkeit hautnah. Sechs Erzählungen beleuchten auf raffinierte Weise die Erfahrungen von Frauen im Umgang mit Männern.
Het verhaal 'De vuurdoop' verscheen in 1984 in de bundel '26 nieuwe verhalen' van De Arbeiderspers. 'Mottenballen en parfum' verscheen eerder in het debuut van Tessa de Loo, 'De meisjes van de suikerwerkfabriek', De Arbeiderspers 1983. Beide verhalen stonden eerder in 'Alle verhalen', De Arbeiderspers 1995.