Tien jaar Nederland
- 395 páginas
- 14 horas de lectura
La obra literaria de Remco Campert a menudo profundiza en temas de memoria, pérdida y la búsqueda de identidad, especialmente en el contexto de eventos históricos. Su prosa se caracteriza por un humor sutil y una perspectiva melancólica sobre la existencia humana. Campert explora la compleja relación entre el pasado y el presente y cómo las narrativas personales moldean nuestra comprensión del mundo. Su estilo es poético y evocador, atrayendo a los lectores a reflexiones introspectivas sobre la vida.







De roman Het gangstermeisje speelt zich af 's winters in een stadje aan de Rivièra, een geïsoleerde plek van de wereld die de schrijver Wessel Franken vrijwillig heeft opgezocht: in schijn om er een scenario te schrijven voor een speelfilm die Het gangstermeisje zal heten; in werkelijkheid om er tot klaarheid te komen over zijn eigen leven. Wessel Franken bevindt zich op een kruispunt in zijn leven; hij kan de weg kiezen die terugvoert naar Amsterdam, naar zijn huwelijk, naar de letterkunde - of hij kan een nieuwe weg inslaan: die naar Rome, naar het gangstermeisje dat de film is, naar het onbekende.
'Gedichten overvallen me. Meestal op straat. Een zin of een paar regels. En dan moet ik het snel opschrijven of ik ben het kwijt.'Remco Campert is geliefd bij een groot publiek door zijn toegankelijke en herkenbare poëzie,. Speels en lichtvoetig schrijft hij over liefde, schoonheid, pijn en eenzaamheid. "Kus zoekt mond" is een unieke keuze uit zijn gedichten.
'Zonder roken bij mij geen poëzie. Het mag ook andersom zijn. Als poëzie een gevolg van of een aanleiding tot roken is, dan is het geen knip voor de snotterende rokersneus waard. Maar wat is poëzie?' In deze bundel onderzoekt Remco Campert zowel deze vraag als het kettingroken. Hij is de meest genereuze columnist van Nederland: trefzeker leidt hij zijn lezers naar het mooiste wat er is, en dat is veel, want Campert is een onstuimig lezer. 'Een paar dagen lang kan ik ook wel zonder, maar dan betrap ik me er toch opeens op dat ik met mijn hand in de boekenkast sta.' Uit gemakzucht citeert hij niet 'want het vereist veel speurwerk in allerhande literatuur'. Op onovertroffen lichtvoetige wijze schrijft hij over de moeizame dagelijkse perikelen nu hij ouder wordt, zijn ziekenhuisopname, zijn vrienden en blikt hij terug op zijn schrijversleven.
Vier verhalen die zich afspelen in kunstenaarskringen in Amsterdam waar in de jaren zeventig het doemdenken tot de bon ton behoort.
In Dagboek van een poes laat Remco Campert een buitengewoon oplettende poes aan het woord, die vanuit haar eigen perspectief, maar met het verteltalent en de poëtische gevoeligheid van haar schepper, over haar dagelijkse avontuurlijke bestaan vertelt.
Remco Campert heeft zijn vader nauwelijks gekend; de journalist en dichter Jan Campert stierf toen de zoon dertien jaar was. Een groot deel van zijn leven werd Campert achtervolgd door mensen die hem in verband brachen met zijn vader, en die hem vragen stelden die hij niet kon beantwoorden. 'ik kreeg een hekel aan de schim die mijn vader was. Waar haalde hij het recht vandaan om in mijn leven te blijven rondspoken? Hij had zichzelf uit mijn leven verwijderd, waarom lukte het me niet om hetzelfde met hem te doen?' Remco Campert besloot alles op te schrijven wat direct met zijn vader en zichzelf te maken had, teneinde zich van hem te bevrijden. 'Maar zo werkt het niet,' schreef hij in het nawoord van Over mijn vader. 'Al schrijvende verdween mijn 'hekel' en nu zie ik dit relaas als een poging om hem dichter bij me te krijgen en wat hij me niet heeft gegeven wel aan hem te geven: een beetje liefde.' (source: publisher)