Pippi Langkous
- 128 páginas
- 5 horas de lectura
Al ziet ze er mal uit met haar stijve vlechtjes, de vreemde jurken en de veel te grote schoenen, voor de buurkinderen is Pippi de sterkste, de stoutste maar ook de gezelligste kameraad. --worldcat






Al ziet ze er mal uit met haar stijve vlechtjes, de vreemde jurken en de veel te grote schoenen, voor de buurkinderen is Pippi de sterkste, de stoutste maar ook de gezelligste kameraad. --worldcat
Wer ist eigentlich diese Minusch? Stimmt es, dass sie in Wirklichkeit eine Katze ist? Der Journalist Tibbe mag die Geschichte nicht so recht glauben, obwohl die junge Frau über Dächer klettert, vor Hunden auf Bäume flüchtet und alle Zurückhaltung verliert, wenn sie Heringe riecht. Seltsamerweise weiß Minusch zudem immer die spannendsten Neuigkeiten aus der Stadt, Dinge, die kein Mensch wissen kann. Mit ihrer Hilfe kommt Tibbe einem Riesenskandal auf die Spur..
Alle dreizehn Jahre, wenn sich Jupiter und Saturn am Himmel treffen, geschehen merkwürdige Dinge auf der Ruine des Herzogs von Wüstenwolf. Die Ruine verwandelt sich in eine prächtige Burg mit rauschenden Festen. Doch tief unter der Burg wartet der Herzog seit Jahrhunderten sehnsüchtig auf die Ankunft des einzigen Menschen, der ihn von dem Fluch des Wüstenwolfs erlösen kann.
Bundel kinderversjes die bijna allemaal eerder verschenen in de jaren veertig tot zeventig. Met zwart-witillustraties. Vanaf ca. 5 jaar.
De kleine kapitein vaart op zijn boot de Nooitlek met zijn bemanning, Dikke Druif, Marinka en Bange Toontje, en drie vlotten met matrozen verder. Op zoek naar nieuwe avonturen en de overige matrozen strandt De Nooitlek in het land van Waan en Wijs, maar gelukkig wordt de hele reis vol gevaren en beproevingen door de kinderen glansrijk doorstaan en vinden ze nog drie matrozen van de Grijze Schipper.
Pippi, Tommy and Annika go on their greatest adventure yet - to Canny Canny Island, where Pippi's father is king.
De kleine kapitein woonde boven op het duin. Niet in een huis, niet in een hut, maar in een boot. De huilende storm, die golven als torenflats had opgeblazen, had de boot zo uit zee boven op de top gekwakt. En daar lag hij, muurvast. Wie erin gevaren hadden, wist niemand. Er was alleen een jongetje uit de kajuit te voorschijn gekropen, een klein jongetje met een grote pet op.
Rover Hoepsika is geen gewone rover. Als hij spullen heeft geroofd, krijgt hij daarna spijt en barst hij in snikken uit bij het portret van zijn overleden moeder.
Dutch
Bobbie is uitvinder. Hij was van plan verdwijnpasta uit te vinden, maar het werd wat anders: bobbistiek. Dat is een kleiachtig spul, waar Bobbie met zijn broer Albert een bootje van maakt. Als het bootje mislukt, maken ze er een soort vliegtuig van, in de vorm van een ei. Eerst kunnen ze met het ei alleen maar van het dak af zweven. Maar als ze een motor hebben gebouwd, kunnen ze er een heel eind mee vliegen. Ze vliegen naar de hoge bomen en ontmoeten daar een wonderlijk mannetje...
Ali Baba maakt met zijn muizenfamilie gevaarlijke avonturen mee als een groep rovers heeft gemerkt dat hij hun geheim heeft ontdekt. Vrije bewerking in dichtvorm van het bekende Oosterse sprookje. Vanaf ca. 11 jaar.