Bookbot

Vroeger waren we onsterfelijk

over de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin we rondtobben

Parámetros

  • 296 páginas
  • 11 horas de lectura

Más información sobre el libro

In Vroeger waren we onsterfelijk vertelt Bert Keizer hoe hij als kind van de sixties de kerk uit liep, voor The Beatles viel en na vele omwegen in een Engelse universiteit belandde om filosofie te gaan studeren. Een carrière als academisch filosoof schrikte hem af en hij zocht een goed heenkomen in de medische faculteit, om via die route in het volle leven te belanden. In dit boek reist Keizer weg uit het katholieke Amersfoort, waar hij ooit misdienaar was, naar de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin wij nu rondtobben. Leven is behelpen, vindt hij, en vanuit die grondhouding heeft hij behartenswaardige dingen te zeggen over geloof en literatuur, filosofie en geneeskunde. Met wat hulp van zijn persoonlijke favorieten - Beckett, Wittgenstein, William Osler - slaagt hij erin om net iets te meer te lachen dan te huilen. Maar het scheelt niet veel. 'Als jongetje vond ik de kerk niet echt vervelend, geloof ik, maar het werd pas leuk toen ik misdienaar werd. Ik koesterde zelfs vagelijk priesterlijke ambities, waarbij ik aanteken dat ik niet wist wat celibaat was. De vanzelfprekendheid van het christelijke wereldbeeld uit die jaren is mij nog altijd dierbaar. Toen waren we onsterfelijk, maar we wisten het niet.' - Bert Keizer

Compra de libros

Vroeger waren we onsterfelijk, Bert Keizer

Idioma
Publicado en
2016
Encuadernación
(Tapa blanda)
Te avisaremos por correo electrónico en cuanto lo localicemos.

Métodos de pago

Nadie lo ha calificado todavía.Añadir reseña

Título
Vroeger waren we onsterfelijk
Subtítulo
over de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin we rondtobben
Idioma
Holandés
Editorial
Lemniscaat
Publicado en
2016
Formato
Tapa blanda
Páginas
296
ISBN10
9047708008
ISBN13
9789047708001
Serie
Descripción
In Vroeger waren we onsterfelijk vertelt Bert Keizer hoe hij als kind van de sixties de kerk uit liep, voor The Beatles viel en na vele omwegen in een Engelse universiteit belandde om filosofie te gaan studeren. Een carrière als academisch filosoof schrikte hem af en hij zocht een goed heenkomen in de medische faculteit, om via die route in het volle leven te belanden. In dit boek reist Keizer weg uit het katholieke Amersfoort, waar hij ooit misdienaar was, naar de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin wij nu rondtobben. Leven is behelpen, vindt hij, en vanuit die grondhouding heeft hij behartenswaardige dingen te zeggen over geloof en literatuur, filosofie en geneeskunde. Met wat hulp van zijn persoonlijke favorieten - Beckett, Wittgenstein, William Osler - slaagt hij erin om net iets te meer te lachen dan te huilen. Maar het scheelt niet veel. 'Als jongetje vond ik de kerk niet echt vervelend, geloof ik, maar het werd pas leuk toen ik misdienaar werd. Ik koesterde zelfs vagelijk priesterlijke ambities, waarbij ik aanteken dat ik niet wist wat celibaat was. De vanzelfprekendheid van het christelijke wereldbeeld uit die jaren is mij nog altijd dierbaar. Toen waren we onsterfelijk, maar we wisten het niet.' - Bert Keizer